Möhlmann & El Keriasti
Thomas Möhlmann & Wafae Ahalouch el Keriasti
Hijs hem op een paard en zwaai, zwaai
de benen in beweging, de handen in de lucht
een nieuw dorp in as, zwaai de scholieren
hun uniformen uit, hun grootouders op krukken
zwaai met alle gevonden voorwerpen
met alle liefde, met vooruitgestoken borst
zwaai en slaak kreten, zwaai en sla elkaar
op de schouder, kraai victorie na weer
een glorieuze dag, sla op de knieën
van het paard, knoop de bloesjes van boven
naar onder open, zwaai met hemden
zwaai uitzinnig, steek die borsten vooruit
steek diep in de borst van het paard, draag
doeken met aanmoedigingen door het dorp
leuzen om te schreeuwen, liederen uit volle
borst, neem schoffels en geweren, neem dochters
en drank, dring en zwaai deuren uit hun voegen
vogels van hun tak, de kruimels van het pad
spits de oren, hef het glas, hef massaal de neuzen
bejubel zijn goedgeefsheid, honger? slacht het paard!
dorst? alle dochters zijn de zijne, zie hoe groot en
stevig hun borsten! hoe hard hun tepels! volg
zijn spoor, laat hem lopen, laat hem eindeloos
voor ons lopen, laat wie niet volgen kan op krukken
achter, geef schaduw en frisse lucht aan wie zijn laatste
adem uitblaast, het pad is geëffend en recht, de treden
zijn van goud in het laatste middaglicht, het bordes
van zijn nieuwste paleis is breed genoeg voor iedereen
schenk zijn kelk tot de rand toe vol, bied hem een stuk
van zijn paard, van een arm, een dochter aan, zwaai
en neem hem de last van zijn jas af, zwaai en volg hem
de trappen op, de gangen door, laat hem zich ontkleden
sla de kussens, sla de dekens open, wrijf de mooiste
dochter van vandaag met reukwaar en olie in, leg
een erfstuk om haar zachte nek, laat haar fluisteren
speld hem ten slotte voor de badkamerspiegel een glimlach
op, geef hem zijn ogen terug, om te kijken om te sluiten.
de benen in beweging, de handen in de lucht
een nieuw dorp in as, zwaai de scholieren
hun uniformen uit, hun grootouders op krukken
zwaai met alle gevonden voorwerpen
met alle liefde, met vooruitgestoken borst
zwaai en slaak kreten, zwaai en sla elkaar
op de schouder, kraai victorie na weer
een glorieuze dag, sla op de knieën
van het paard, knoop de bloesjes van boven
naar onder open, zwaai met hemden
zwaai uitzinnig, steek die borsten vooruit
steek diep in de borst van het paard, draag
doeken met aanmoedigingen door het dorp
leuzen om te schreeuwen, liederen uit volle
borst, neem schoffels en geweren, neem dochters
en drank, dring en zwaai deuren uit hun voegen
vogels van hun tak, de kruimels van het pad
spits de oren, hef het glas, hef massaal de neuzen
bejubel zijn goedgeefsheid, honger? slacht het paard!
dorst? alle dochters zijn de zijne, zie hoe groot en
stevig hun borsten! hoe hard hun tepels! volg
zijn spoor, laat hem lopen, laat hem eindeloos
voor ons lopen, laat wie niet volgen kan op krukken
achter, geef schaduw en frisse lucht aan wie zijn laatste
adem uitblaast, het pad is geëffend en recht, de treden
zijn van goud in het laatste middaglicht, het bordes
van zijn nieuwste paleis is breed genoeg voor iedereen
schenk zijn kelk tot de rand toe vol, bied hem een stuk
van zijn paard, van een arm, een dochter aan, zwaai
en neem hem de last van zijn jas af, zwaai en volg hem
de trappen op, de gangen door, laat hem zich ontkleden
sla de kussens, sla de dekens open, wrijf de mooiste
dochter van vandaag met reukwaar en olie in, leg
een erfstuk om haar zachte nek, laat haar fluisteren
speld hem ten slotte voor de badkamerspiegel een glimlach
op, geef hem zijn ogen terug, om te kijken om te sluiten.
Thomas Möhlmann – 2008

