Mark Boog, Victor Schiferli & Ophelia
Mark Boog, Victor Schiferli & Ophelia
Zij zat op een dunne tak die brak
Was er sprake van een evenwicht,
dat zij verloor, of was het opzet?
Wellicht wilde ze niet worden gered.
Ze was die avond bij Woodstock geweest
en had daar een lotgenoot gevonden
die naast haar wilde slapen. Een reus,
vergeleken bij haar. Hij stapte
in het water, liet zich meedrijven.
Misschien had hij haar gehoord,
had zij een lied voor hem geschreven.
We kunnen het niet meer vragen.
We verwachten niet haar terugkeer.
Geen uitzicht. Zij roept ons niet hoezeer
wij ook luisteren, nergens te horen
is haar lied. Het was een vreemd lied
dat ze zong, niemand wilde luisteren
toen ze nog niet was vermist.
Ooit lachten we om O.’s fantasie,
verdraaide geest, zoetgevooisde stem.
Het meest om de meisjeachtige manieren:
te laat komen en vragen of dat erg is,
of zomaar in tranen uitbarsten op iemand
anders zijn feest. Haar gedichten
deden wel denken aan de getuigenis
van een martelaar. Alleen: ze was
geen martelaar. Het waren woorden
die pijn deden, staken. Niet het leven,
dat is even groot als onwillekeurig,
een zee waarin je in rap tempo zinkt.
Losgezongen betekenissen brachten haar
op plekken waar ze alleen over kon…
zingen. Ze hoort een kiestoon zoemen
>in haar hoofd, het gebrom van de bus
door de duinen, het gesuis van het water,
de belofte van ooit, nog niet, later.
Victor Schifferli 2009
