Ter Balkt & De Maecht
H.H. ter Balkt en Hendrik de Maecht
De tapijten zijn geweven uit vertellingen,
fijne zijde en sajet en goud- en zilverdraad,
uit wolken rook en damp daalt oorlog neer;
en je ziet of je ziet net niet hoe het staat
voor de wallen van Zierikzee, ook gravures
doen met hun lijnenspel aan alles mee:
Lieven Keersemaecker, Caspar van Vosbergen
en Jacob Valcke waren bereisden en kenden
de koortsgloed van macht en vertoon aan Hoven
en de brille die afstraalt van afbeeldingen
die dienden ‘die dienst ende heerlycheyt’.
Op maar één kleed staat de held Oranje centraal.
Je moet goed speuren om de bevelhebber
Ewout Worst of Jan de Moor te kunnen zien,
door twee trompetters geflankeerd bij Veere;
Worst was toen pas Admiraal van Zeeland,
om zijn hals een gouden ketting met medaille;
dat staat allemaal op dat tapijt; misschien
zou de rijk geklede heer bij ’t steigertje
die je ziet op ‘Lillo’ alweer Worst kunnen zijn;
simultaan vinden de slagen plaats: ’t silhouet
van de steden was sinds kort sterk gewijzigd;
terwijl postduiven en boodschappers berichten
smokkelden naar de prinsgezinden, braken
geuzen de Middelburgse Westmonsterkerk af
op de markt; ’t is de topografie van jaren
later die je over het algemeen aantreft; *
(Jasper Leynsen haalt de Drakenvlag omlaag)
Ook het straatbeeld veranderde. Buskruit
richtte afbraak aan en ’s winters de kou;
beeldhouwer Hans van Halewijn maakte dozijnen
houten armen, benen en handen. Maar wel
was toen de werkloosheid voorbij in ’t land
van de Mattiacen zoals de Zeeuwen zich noemden,
tenminste op Walcheren. Vaandels en vlaggen,
zeilen en ankers werden gesmeed en geweven.
Verhalen van ooggetuigen weefden de vlaggen
en vaandels van de vloten, niets geschrevens!
’t zijn de verzwegen Mattiacen: ‘De beheersing
van dit gebied is de sleutel tot de opstand’: **
’t Waterrijk met de zwemmende, verrijzende Leeuw
fijne zijde en sajet en goud- en zilverdraad,
uit wolken rook en damp daalt oorlog neer;
en je ziet of je ziet net niet hoe het staat
voor de wallen van Zierikzee, ook gravures
doen met hun lijnenspel aan alles mee:
Lieven Keersemaecker, Caspar van Vosbergen
en Jacob Valcke waren bereisden en kenden
de koortsgloed van macht en vertoon aan Hoven
en de brille die afstraalt van afbeeldingen
die dienden ‘die dienst ende heerlycheyt’.
Op maar één kleed staat de held Oranje centraal.
Je moet goed speuren om de bevelhebber
Ewout Worst of Jan de Moor te kunnen zien,
door twee trompetters geflankeerd bij Veere;
Worst was toen pas Admiraal van Zeeland,
om zijn hals een gouden ketting met medaille;
dat staat allemaal op dat tapijt; misschien
zou de rijk geklede heer bij ’t steigertje
die je ziet op ‘Lillo’ alweer Worst kunnen zijn;
simultaan vinden de slagen plaats: ’t silhouet
van de steden was sinds kort sterk gewijzigd;
terwijl postduiven en boodschappers berichten
smokkelden naar de prinsgezinden, braken
geuzen de Middelburgse Westmonsterkerk af
op de markt; ’t is de topografie van jaren
later die je over het algemeen aantreft; *
(Jasper Leynsen haalt de Drakenvlag omlaag)
Ook het straatbeeld veranderde. Buskruit
richtte afbraak aan en ’s winters de kou;
beeldhouwer Hans van Halewijn maakte dozijnen
houten armen, benen en handen. Maar wel
was toen de werkloosheid voorbij in ’t land
van de Mattiacen zoals de Zeeuwen zich noemden,
tenminste op Walcheren. Vaandels en vlaggen,
zeilen en ankers werden gesmeed en geweven.
Verhalen van ooggetuigen weefden de vlaggen
en vaandels van de vloten, niets geschrevens!
’t zijn de verzwegen Mattiacen: ‘De beheersing
van dit gebied is de sleutel tot de opstand’: **
’t Waterrijk met de zwemmende, verrijzende Leeuw
* plm. 1595
** dixit Alva
H. H. ter Balkt – 2007
