|
|
|
Persreacties
In het NOS journaal op 3 was donderdag 26 november een item over de Wintertuinproductie Poetracks.
‘Het is opzwepend, opwindend en overtreft alle grenzen die bestaan tussen poëzie, pop en theater’.
(HP/DE TIJD)
‘Literaire vorm van Oerol‘
(Financieele Dagblad) Literatuur is grenzeloos op Wintertuinfestivaldoor reinier kist Nog nooit een meisje zo vrolijk onder een haardroger zien zitten. Het vreemde is dat ze totaal geen aanspraak had, de ‘kapster’ hield zich met andere gasten bezig, en toch zat ze daar te grinniken onder die rare ei-vormige kap. Deze haardroger, waarvan er gisteravond vier in een rij stonden opgesteld op de eerste van twee opeenvolgende Nijmeegse Nachten, was dan ook geen normale haardroger. Hij maakte deel uit van de ‘obscene kapsalon’. In de kap waren op oorhoogte kleine luidspeakers gemonteerd waarop een cd met erotische kappersverhalen speelde. Vandaar dat gegrinnik. De ‘obscene kapsalon’ was gisteravond een van de meer ludieke programmaonderdelen van het Wintertuinfestival, waar de Nijmeegse Nachten onderdeel van uitmaken. Het festival lijkt er patent op te hebben. Wat dacht u van ‘Lezen met de sterren’, een leesclub Russische literatuur onder leiding van soapster Victoria Koblenko? Het avondvullende programma ‘Poetracks’, waarin teksten van W .F. Hermans door bekende muzikanten als Bob Fosko en Rick de Leeuw werden gezongen? Of de Neplogwedstrijd, waarvoor mensen wekenlang een weblog over een fictief personage bijhielden, zoals een kat, een mislukte acteur en de reïncarnatie van keizer Augustus? De winnaar van de publieksprijs is overigens al bekend, en vanavond, op de tweede Nijmeegse Nacht, reikt blogger Merel Roze de juryprijs uit. De kracht van het Wintertuinfestival is dat het literatuur op een grenzeloze en verfrissende manier op het podium brengt. Soms gebeurt dat op een ludieke, wat flauwe manier, maar het kan er ook heel serieus aan toe gaan. Gedenkwaardig was gisteravond de openhartige zelfanalyse van schrijver Oscar van den Boogaard, die, opgegroeid in een telkens verhuizend gezin, nu ‘in harmonie met mijn rusteloosheid’, zelf ook een reizend bestaan leidt. Of het prachtige verhaal van P. F. Thomése over de lift die hij en zijn vriend J. Kessels countrylegende van Toms VanZant mochten geven naar Tilburg. Abdelkader Benali en Michaël Zeeman zouden praten over de vraag of je door een langdurig verblijf in het buitenland een betere schrijver wordt. Het gesprek ging echter vooral over de groeiende verbazing waarmee beide vanuit het buitenland hebben gekeken naar de gebeurtenissen die Nederland sinds de moord op Pim Fortuin in de ban hielden. Het beste en drukst bezochte programmaonderdeel was ‘De kunst van het schelden’, met Herman Brusselmans en Ilja Leonard Pfeiffer. De stukjes scheldproza die zij voordroegen gaven iedereen die van een potje vloeken houdt de inspiratie om dat de volgende keer op een uitzinnig literaire manier te doen. Daarbij kreeg de bezoeker een inkijkje in de subtiliteiten en de literaire finesse die in een goede scheldpartij niet mogen ontbreken. Zo legde Pfeiffer uit waarom Geriit Komrij zijn grote voorbeeld is als het om schelden gaat. “De man heeft een geniaal gevoel voor timing. Hij kan dertig jaar wachten om dan precies op het juiste moment iemand zo de grond in te trappen dat hij er nooit meer bovenop komt.” Ook ging het over de stilistische uitdagingen van het literair schelden. Pfeijffer: “seks bedrijven en schelden zijn de moeilijkste dingen om goed op papier te krijgen”. (bron) |
|
|
|
|