Perfecte festivalafsluiting in een bomvol theater
Niet eerder was de zaterdagavond van het Wintertuinfestival al vóór aanvang uitverkocht. Het publiek kon genieten van vele prachtprogramma’s op het snijvlak van literatuur en andere kunsten. Jonge literaire talenten en nieuwe Wintertuinproducties stonden hun mannetje naast publieksfavorieten als Jules Deelder, Cees Nooteboom en A.L. Snijders. Deze mengeling van jong en oud, fris en ervaren, was ook terug te zien in het massaal toegestroomde publiek.
Hieronder een korte impressie van de programma’s, op vijf podia, door zeventig artiesten.
Levende legende Jules Deelder wist de zaal te hypnotiseren met zijn voordrachten in sneltreinvaart. Over ‘der Ring der Kriebelungen’ en een ‘beknopte’ anekdote over hoe hij ter opening van “dat een of ander popfestival in het zonovergoten Zuiderpark van niet Den Haag maar Rotterdam” een einde maakte aan de piep in zijn oor door er een Duits alarmpistool tegen te zetten. De extraverte nachtburgemeester die op het podium lachsalvo’s scoorde met zijn zwartgallige ironie, stond even later in zichzelf gekeerd achter de draaitafel. Hij hypnotiseerde zichzelf en het publiek met fijne jazzplaten.
Cees Nooteboom werd geïnterviewd door Daan Cartens over de ontwikkeling van zijn literaire carrière en de vele levens die hij al leefde. Deze levens komen samen in zijn romans, en hoewel de herinneringen waar hij uit put veelal politiek getint zijn, is dát niet wat zijn werk geëngageerd maakt, het zijn de mensen achter die herinneringen, aldus Nooteboom.
Nesciobiografe Lieneke Frerichs en Nesciobewonderaar A.L. Snijders gingen in op het werk van de schrijver die 100 jaar sinds de publicatie van zijn eerste verhaal nog steeds gretig wordt gelezen, “en niet alleen door studenten Nederlands”. Snijders legde uit waarom volgens hem Nescio wel, en een Wieringa of Mulisch niet over honderd jaar nóg zal worden gelezen. De aantrekkingskracht van Nescio werd toegeschreven aan de toon van zijn werk, waarin humor en weemoedigheid, gesloten- en opstandigheid samenkomen: “Ik kan Nescio niet te lang achter elkaar lezen, hij is té goed”, aldus Snijders. Ook interviewer Wim Brands bleek een Nesciofan bij uitstek. Een Nesciozin als “Het leven heeft ons goddank bijna niets geleerd” zou hij wel op zijn grafsteen willen. Zanger van de Nits Henk Hofstede liet zien dat Nescio’s werk ook de muziek heeft geraakt, en bracht nog eenmaal zijn jaren 80 hit Nescio ten gehore.
Het publiek kwam in groten getale af op Claw Boys Claw en Vrouwkje Tuinman. De verwachting werd helemaal ingelost door de drie garagerockers en één dichteres. Tuinman besprak haar huissleutels, maar ook haar verongelukte beste vriend in haar gedichten. En Claw Boys Claw bracht deze pareltjes direct op muziek. Het applaus was lang en uitbundig.
Wethouder Henk Beerten opende de avond met de controversiële Omnivoordracht: een algemene openingstoespraak die Christiaan Weijts schreef in opdracht van Wintertuin en Incubate, geschikt voor alle culturele evenementen in Nederland. Het publiek was eerst muisstil, het blijft natuurlijk een wethouder die voor je staat, maar uiteindelijk werd er (terecht) steeds meer gegrinnikt om dit spraakmakende meesterwerkje.
De mannen van Wintertuinproductie Lucy maakten een betoverende voorstelling rondom dat ene, onbereikbare meisje. Vooral bij hun tweede show gingen zij helemaal los en de hele zaal deinde mee op de aanstekelijke klanken en teksten van Dennis Gaens en Macronizm.
In een volle Karolingenzaal opende Henk Hofstede het programma In the Dutch Mountainsmet een prachtige vertolking van zijn gelijknamige hit. Peter te Bos, zanger van de eveneens op het festival aanwezige band Claw Boys Claw, liet zich af en toe vanuit de coulissen horen, wat een komisch samenspel opleverde. Ger Groot gaf tijdens zijn lezing Een glasscherf in het oog een hedendaagse interpretatie van het essayistische sprookje In de bergen van nederland van Cees Nooteboom. Hierbij spaarde hij de PVV niet, waarvan hij voorstelde haar voortaan de PMV, partij voor MIJN vrijheid, te noemen. Nooteboom zelf was te gast bij het programma.
In 15 minuten werd een preview van de productie Sync gegeven, waarbij dans en literatuur op een verrassende manier met elkaar werden gecombineerd. Een Franse choreografe, twee Spaanse danseressen, een acteur en schrijfster Jannah Loontjens wisten een boeiende voorstelling op de planken te brengen.
Twee VSB-poëzieprijs genomineerden, Anne Vegter en Peter Ghyssaert, droegen voor uit hun geselecteerde dichtbundels, voor een geboeide zaal. Vegter dichtte over Noach. Ghyssaert liet zeven gedichten horen. Wij achten hen beiden goede kanshebbers voor deze prestigieuze prijs!
Nieuwe Oogst belichtte het nieuw literaire talent. Prozaschrijver Martijn Simons, dichter Jan Glas en toneelschrijver Simon Weeda wisten de zaal te verrassen. Maartje Smits’ poëzie moet je horen, die valt niet te beschrijven. Joost de Vries loste zijn belofte ruim in en Jibbe Willems droeg met behulp van een eierwekker exact tien minuten voor.
Short Story Cinema en Fauser bracht een divers half uur met twee filmverboekingen en een stripverhaal. Elke Geurts had het over de man van Gonnie, Jan van Mersbergen over de grappen van zijn moeder en A.H.J. Dautzenberg over pedofilie.
Joost II Sickenga en Sara de Bosschere presenteerden Het vervoegde leven. Een bijzondere en persoonlijke symbiose van theater, poëzie en beeldende kunst. Zowel monoloog als dialoog, met op de achtergrond visuals met schuivende, vallende letters.
Tijdens de presentatie van Op Ruwe Planken trakteerden Tom Bouwmeester en Johan Roos op Spaanse horrorverhalen, terwijl er op de achtergrond echte Spaanse C-horror werd vertoond.
Nieuw op het Wintertuinfestival waren de koptelefoons van de silent disco. Terwijl de Turntable Tampeloeresen voor de achtergrondmuziek in het café zorgden, konden bezoekers zichzelf afsluiten van het festivalgedruis met voordrachten via koptelefoon van Write Now-winnares Marijn Sikken en de kersverse Nijmeegse Nieuwen Mart van den Broek en Lotte Smits.
Onder de naam De Uitvreters droegen vijf jonge schrijvers, Wout Waanders, Sebastiaan Andeweg, Tim Pardijs, Elske van Lonkhuyzen en Johan Roos, verhalen en gedichten voor die eindigden met de laatste zin van Nescio’s verhaal De Uitvreter: “Zijn reis naar Friesland is altijd onopgehelderd gebleven.”
Het publiek kon verder literatuur letterlijk verheffen in de mobiele installatie Ramsj, een persoonlijk gedicht krijgen van de Poëzie Escribano, of een recept ter onderhoud van de romantiek bij Clinique d’Amour. Hoofdstukken uit Eva Meijers roman Het schuwste dier waren met koptelefoon te beluisteren, en voor film kon je aanschuiven bij Performance of the social van Marian Tadic en de documentaire Bliksem en Betonrot over de Dichters uit Epibreren.
Op het eind van de avond namen de Turntable Tampeloeresen de draaitafel over van Jules Deelder. Wat draai je dan? “Een kutvraag”, vond Deelder. Maar de Turntable Tampeloeresen zouden de Turntable Tampeloeresen niet zijn als ze er niet een geweldig feest van wisten te maken.
De Gelderlander: “Lindenberg puilt uit” »


