Ich bin ein zeepaardje – Saskia de Coster
Ich bin ein zeepaardje – Saskia de Coster
Mijn lieve dieren,
Mijn wondermooie, sexy zeepaardjes,
Ik sta hier vandaag voor jullie en zeg met trots: Ich bin ein zeepaardje. Du bist ein zeepaardje. Wir sind allen zeepaardjes. Bronstig en zeevaardig en zeepaardig, anders waren we geen zeepaarden. Met opgewonden klotsend lijf sta ik hier vandaag voor jullie te zwemmen in eigen nat.
Kijk en aanschouw: een vrij dier. Een bevrijd zeepaardje dat op zijn beurt jullie wil bevrijden. Want het kan. Na zelf eerst jaren zwaar van angst en ellende met mijn staart de zeebodem te hebben gestofzuigd, kan ik eindelijk door het water de zee weer zien. Er wordt gezegd dat wij de meest kwetsbaren van de zee zijn, de watjes, de losers, de hansworsten, hooguit de toekomst van de conservenindustrie. Maar ik heb nieuws voor jullie: geluk en vrijheid voor zeepaardjes in het ruime sop, het kan.
O, hoe kan dat dan,vertel het ons, o, Groot Zeepaardje? Dat willen die ronde tuitmondjes van jullie vragen, ik zie het. Die mondjes zijn zo tot een oo-tje gegroeid door oeverloos en radeloos O, O, O te roepen en te horen. De O is de schroefdop die de angst in onze lijfjes bottelt. O, schroef de angst los, laat alles stromen!
De weg naar het zorgeloze leven, mijn lieve paardjes, is zo simpel dat ik hem nauwelijks durf te wijzen. Zo simpel dat geen hond, laat staan een paard of zeepaard dat gelooft. Hoe kunnen wij allemaal gelukkig worden? Ik zal het jullie verklappen: door onze edele Cleopatraneusjes niet in vergiftigde spullen te stoppen. Door niet achter iedere rots een kaperkarper te zien, die bommen schiet in plaats van kuit. Door onze ogen en lijfjes weg te draaien van de grijze miserie en opnieuw te richten naar elkaars geile geschenken van de natuur, onze lijfjes.
Ja, zeepaardjes, jullie horen het goed, het moet gedaan zijn met steeds weer de vochtvreter te spelen die alle stank van de oceaan opslorpt, die alle rottigheid in zijn kas slaat en probeert te verteren. Kijk naar elkaar.
Het is jullie keuze. Omarmen jullie alle kankers als wieren en worden jullie ogen o zo vochtig bij iedere rugslagzwemmende vis? Willen jullie op de vernietiging inzoomen en zo zelf besmet worden? Vandaag vraag ik jullie dit: kunnen wij er iets aan doen dat de zee steeds warmer en zuurder wordt? Neen! Is het de fout van de zeepaardjes dat de koraalriffen vergaan? Ik dacht het niet. Hebben jullie al ooit een zeepaardje gezien dat zijn olietankers schoonspoelt in de oceaan? Als dat waar is, dan ben ik een mammoet.
Neen, mijn vrienden, het is niet onze schuld. Wij zijn de slachtoffers!
Jullie kijken zo raar. Zijn jullie beschaamd misschien? Zijn jullie dan geen echte zeeridders? Waar is de trots van weleer, de trots van onze voorvaderlijke paarden die paarden alsof hun leven ervan afhing? Waar zijn die trotse krijgers die zich door niets of niemand op de knieën lieten dwingen maar zelf op kruistocht trokken, van bil en vin gingen, elkaar dag en nacht namen, amen. Waar?
Ik moet serieus neerkijken om jullie te kunnen zien. En wat zie ik dan? Geen parate erecte paarden maar misvormde wormen die angstig over de zeebodem kronkelen. Doodsbang gluren jullie met speldenkopoogjes de zeebodem af. In die zwarte pixeltjes zie ik één woord dobberen: ANGST. Angst dat er iedere seconde een Tsjernobilvis hen zal aankijken en blind zal maken met zijn straling of dat een Chinese pillendraaier hen de nek omwringt voor zijn nieuw recept op basis van zeepaardvinnen om oude mannen na hun 100ste nog te doen klaarkomen. En wat doen wij?
Waarom moeten wij als we ’s avonds thuis komen en willen relaxen met Snorkel-tv, nog meer rotzooi over ons uitgestort krijgen, nog meer zwart gezeik uit de actualiteit? Beste zeepaardjes, alsof wij vuilnisbakken zijn! Alsof wij kleuters zijn die gehoorzamen aan meester Onheil en zijn tekeningetjes inkleuren. Alsof wij ons zomaar eender wat laten aanpraten. Wij willen en kunnen het stort en de stront van anderen niet meer door onze strot geramd krijgen. No, we can’t, no we won’t!
Als we niet willen eindigen zoals de mossel die bij het minste probleem haar schelpen dichtklapt of als de octopus die in de haast om zich uit de voeten te maken, verstrikt raakt in zijn eigen benen, dan moeten we stoppen met als incontinente pony’s mee te draaien in de carrousel van angst. Schluss damit. Kijk daar niet naar, maar naar elkaar. Fuck it all. We moeten opnieuw trotse zeepaarden worden, die niet meer ter plaatse watertrappelen maar over de zeebodem de anderen – zowel de nazi’s van de vervuiling als de dictators van het natuurbehoud, zowel de kankerverspreiders van de onheilstijdingen als de breedsmoelkikkers van het opgefokte zen-gevoel – de aftocht doen blazen en die kiezen voor onszelf en ons eigen genot.
Mijn trotse zeepaardjes, noem mij geen paardjesfluisteraar, maar een zeepaardenfucker. Ik wil jullie opzwepen en aanzetten tot fokken. Fuck it all. Go down, babies.
Fuck it all.
Er is hoop, mijn sterke vrienden. Ons aantal groeit als kool. Dag na dag kom ik meer en meer trotse zeepaardjes tegen die me zeggen: Grote Hippocampus, jij hebt me de ogen geopend voor wat ik echt belangrijk vind. To fuck it all. Om het ras uit te breiden.
Galopperend en copulerend, vrijend en parend zullen we onze blijde boodschap verkondigen. Hoop is het rechtdoorzeee enkelvoud van hopen. Hopen plankton, hopen water en nu ook hopen geluk, voor ieder van ons. Hopen zeepaarden op elkaar. Het mag intussen duidelijk zijn. Verder wegspoelen in de Vuile Vloed of Vermenigvuldigen in Olijke Orgieën, dat is onze eigen keuze. En die keuze kunnen en mogen we ons niet meer laten afnemen. Zeg het nog een keer met mij mee: Fuck it all! Ga, lieve zeepaarden, paar en wees gepaard!
Uw witte dekhengst
