|
|
|
OmnivoordrachtDownload hier de toespraak in PDF-formaat. Zeer geachte aanwezigen, liefhebbers Hoewel ik als wethouder cultuur, al bij onnoemelijk veel heb ik nog nooit zoiets fantastisch mogen meemaken als dit. Ik ben dan ook blij en vereerd, dat ik een paar woorden mag spreken bij deze feestelijke gelegenheid. waarom? Alles klopt er namelijk in. Ik wil dat illustreren door er twee aspecten uit te halen. wil ik dit werk prijzen, omdat de maker ervan begrijpt dat kunst nooit een formule kan zijn, dat kunst altijd streeft naar iets nieuws en naar iets dat vooraf nog niet bestond. Ja, naar werelden waar we ons zelfs vooraf geen voorstelling van konden maken, maar die we, nu ze eenmaal zijn blootgelegd, nooit meer willen missen. Hier wordt het ongebaande pad bewandeld, niet het vaststaande stramien. U zult het dadelijk allemaal zelf gaan zien, horen, ervaren, hier triomfeert het dwarse, niet het pasklare. Ik houd van werken die onherhaalbaar zijn, Daarnaast moet ik vaststellen dat dit werk en dat is heel bijzonder absoluut door niemand anders gemaakt kan zijn dan juist door deze kunstenaar(s). Het draagt een onmiskenbare signatuur, Dat kun je lang niet van alle kunstwerken zeggen. Wat ik ook knap vind, Ook dat kun je namelijk niet van alle kunstwerken zeggen. En dan de techniek. Waar techniek bij mindere goden vaak zo technisch blijft, juist dat bewijst hoe sterk die techniek is. De technische precisie is aangevuld met
Is het zwakte, te bekennen dat tegenover zoveel pracht mijn woorden tekort schieten? Is het zwakte als ik, die het als mijn ambtelijke plicht beschouw de kunsten in onze gemeente te laten bloeien, slechts nederig het hoofd kan buigen en stamelen: je ne sais quoi. Is het zwakte als ik slechts kan jubelen: hier triomfeert de X-factor? Is het zwakte om te zwichten voor magie? Is het zwakte om zoveel woorden nodig te hebben om zo weinig te zeggen? Ik wil, lieve mensen, tot slot nog iets heel persoonlijks aan jullie kwijt, en ik ben ervan overtuigd dat begin ik gaandeweg te voelen dat ik voor zo’n ontboezeming zowel de juiste omgeving als het juiste gezelschap Ik, als wethouder van deze prachtige portefeuille in deze even prachtige gemeente, ik bevind mij in dezelfde situatie als u, kunstenaars! Allebei staan we immers onder druk. U krijgt minder subsidie, ik krijg minder zakenreisjes in de economy class, minder zesgangendiners en een minder dikke leaseauto. U eet minder brood, ik moet mijn secretaresse ineens delen met andere leden uit het college. U bent kleiner gaan wonen, ik heb minder ambtenaren tot m’n beschikking. Door die situatie ben ik u beter gaan begrijpen. Ik meen zelfs te mogen zeggen dat we lotgenoten zijn, zielsverwanten. wat armoede met een mens kan doen, in negatieve, maar beslist ook in positieve zin. Ik ben gaan begrijpen hoe kunst kan gedijen onder armoede. En wat Friedrich Nietzsche bedoelde toen hij opmerkte: “wat mij niet ombrengt, maakt mij sterker.”
Mensen zeggen wel eens: jullie hebben gemakkelijk praten, jullie weten niet wat er leeft onder de gewone man. Maar dan hebben ze mij niet gezien, toen ik laatst op een ochtend nietsvermoedend het tuinpad afliep, met m’n koffertje in m’n rechterhand, en de stoep leeg was. Ineens realiseerde ik me dat er een streep was gezet door de dienstauto met chauffeur. Geloof me, toen heb ik het wel even moeilijk gehad, terwijl ik de burgertaxi stond te bellen. in de regen staan wachten. In die tijd, in die moeilijke minuten, ben ik u, kunstenaars, veel beter gaan begrijpen. Ik denk dat er ergens in mij ook een kunstenaar huist, een bohemien, een clochard, een bon-vivant!
Net als u heb ik me niet laten kisten. U heeft dit prachtige werk weten te voltooien zonder te mopperen, en zonder overheidsbudget. Ik ben ervan overtuigd, ik stel zelfs vast dat het juist door die beperkte financiële middelen sterker, intenser, waardevoller is geworden. Als u mij daarom romantisch vindt — het zij zo. In elk geval heeft deze romanticus zelf ook inspiratie geput uit het geslonken budget. De armoede gaf me een creatieve impuls. Als er minder geld is, kan ik maar beter besparen op mijn speechschrijver, en hem één laatste tekst laten schrijven, eentje die ik tot in lengte van dagen kan uitspreken op al die tentoonstellingen, toneelvoorstellingen, festivals, opera’s, balletavondjes, boekpresentaties of wat het dan ook is waarvoor we hier nu weer met lauwe wijn en kaasstengels in onze klauwen in een of ander achenebbisj zaaltje staan. Wat het ook is ik heb er genoeg over geouwehoerd.
Wat het in hemelsnaam mag zijn ik verklaar het hierbij voor geopend. |
|
|
|
|