Dichtwedstrijd Poëziecurator 11 december 2011
Dichtwedstrijd Poëziecurator 11-12-2011
Johan Roos heeft op zondag 11 december de dichtwedstrijd gewonnen bij het programma Poëziecurator in Museum de Fundatie in Zwolle. De tweede prijs ging naar Vincent van Meenen en de derde prijs naar Sim van den Berg. De opdracht van de wedstrijd was om een gedicht te schrijven dat geïnspireerd is door de tentoonstelling Meer licht. Eervolle vermeldingen waren er voor Arjan Braam, Barbara Beckers en Michelle Brouwer.
De dichtwedstrijd was een onderdeel van de Poëziecurator. Dichters Maria Barnas en Pieter Boskma schreven in opdracht van Wintertuin nieuw werk naar aanleiding van de tentoonstelling Meer licht. Zij droegen op 11 december de gedichten voor. Tevens werd er een schaduwcatalogus gepresenteerd waarin de twee gedichten staan. Verder gaf gastcurator Hans den Hartog Jager een rondleiding door het museum.
Juryrapport
Het is zover, de prijsuitreiking van de dichtwedstrijd!
Wat valt er te winnen?
De winnaar ontvangt een boekenpakket met zes uitgaves van Wintertuin. De nummers twee en drie krijgen één boek, dat ook in het pakket zit, namelijk Nu u! – een bloemlezing van klassieke gedichten die herschreven zijn door hedendaagse dichters.
De jury bestond uit programmamakers en redacteuren van Wintertuin. Zij hebben de inzendingen anoniem beoordeeld.
Allereerst wil de jury kwijt dat ze zeer te spreken was over de kwaliteit van de in totaal 55 inzendingen. In vergelijking met eerdere dichtwedstrijden rondom de Poëziecurator waren veel van de gedichten dit keer zowel inhoudelijk en stilistisch zichtbaar van een hoger niveau. De jury werd verrast, meegevoerd en in stilte achtergelaten door de sterke, beeldende teksten. Het moge duidelijk zijn dat de expositie Meer licht de juiste, creatieve snaar heeft geraakt bij de dichters. Met name de video-installatie Long Goodbye van David Claerbout en de foto’s van Bas Jan Ader zorgden bij veel inzenders ervoor dat er inkt op het papier vloeide. Er zaten nauwkeurige beschrijvingen van de kunstwerken bij, maar ook liefdesgedichten, filosofische overpeinzingen, fantasierijke aanvullingen op de expositie en er werden ook persoonlijke ervaringen in dichtvorm verwerkt.
De jury hoopt dat de spanning inmiddels een beetje te snijden is. Dat er dichters op hun benen wiebelen, kuchen zonder dat ze last hebben van hun keel, en dat er angst heerst dat hun hartenklop door de anderen te horen zal zijn, omdat hij binnen zo hard tekeer gaat.
Te beginnen met de eervolle vermeldingen. De jury deelt er maar liefst drie uit. Hoewel deze inzendingen net geen podiumplek hebben gehaald, vindt de jury dat deze gedichten het wel zeer de waard zijn om genoemd te worden. Het gaat om Als Egmont van Arjan Braam, Ader van Barbara Beckers en Black Box van Michelle Brouwer. Dank voor jullie mooie inzendingen.
De echte prijzen. Improvisorisch tromgeroffel is hierbij zeer gewenst.
De derde prijs gaat naar een gedicht waarin in mooie, subtiele bewoordingen een beklemmende sfeer wordt weergegeven. High tea van Sim van den Berg!
De tweede prijs gaat naar een gedicht met verrassende stijlfiguren. Het is grappig, maar heeft ook iets melancholisch en treurigs. Een fijne combinatie. Het gedicht heeft geen titel, maar het begin met de regel Ik kan een blinde zijn, van Vincent van Meenen.
De eerste prijs gaat naar een gedicht dat volgens de jury met kop en schouders boven de rest uitstak. Het gaat om een vijfluik van anekdotische vertellingen rondom verschillende personages, over leven en dood, lichaam en geest, nuchterheid en bedwelming. Humoristisch, spitsvondig, beeldend, ritmisch en zeer fraai opgebouwd. De winnende inzending van de dichtwedstrijd is Mooier kunnen we het niet maken van Johan Roos!
Tweede prijs
ik kan een blinde zijn
om vier uur opstaan
het is dag
ik maak mijn rekeningen op
trek kosten van het daglicht af
tel druppels in mijn hand
een bij landt op mijn borst
kijk zeggen de mensen
zonder punt
laat ik de straat vertrekken
ik trek mijn stekker uit de maan
Vincent van Meenen
Eerste prijs
Mooier kunnen we het niet maken
I
Marie stelde haar lichaam ter beschikking van de wetenschap. Als persoonlijk assistente van professor Kapteyn droeg ze bij aan menig lemma. Haar naam stond nooit op een poster of artikel,
maar viel wel vaak bij recepties en symposia.
Nu is ze voorwerp van lacherigheid en walging bij het practicum anatomie, waar de atlassen rare vlekken hebben en alles naar formaldehyde ruikt. Op de bak waar haar hoofd in zit staat niets
over die heldere ster die hij naar haar vernoemde.
II
Orpheus gaf zijn levens aan het wegverkeer. Overdag zat hij graag achter buurthonden aan, gaf pootjes aan hun bazen, kroop onder auto’s, er meestal ook weer onderuit en uiteindelijk altijd op schoot bij zijn baas, een kunstenaar.
‘s Nachts braakte hij haarballen, keerde hij,
op jacht naar muizen, uilenmagen om.
Nu is hij een project, zijn huid geprepareerd, zijn lichaam uitgestrekt als een valscherm, aan elke poot een rotor, zijn maag vervangen door een ontvanger en een motor, die hem samen nog een laatste keer nieuw licht in de ogen gunnen:
Radiografisch bestuurbare helicopterkat,
biddend op zoek naar zijn traumamuizen.
III
Bertha gaf haar magen aan de industrie. Ze wist wat daar doorheen gaat: kunstlicht, krachtvoer, de liefde van de boer. Tijdens haar laatste bonte avond had hij haar vlekken nog paars geverfd
en haar de schoonheid van woorden geleerd
als hemellichaam en abattoir.
Nu nadert ze een houdbaarheidsdatum, deelt ze haar plekje bij het raam van een afgeprijsde verpakking half-om-half met drie Klara’s, twee Bella’s en vijf zeugen zonder naam. Bij de kassa telt zoiets op tot
blieb, in de pan tot gesis, in
een maag tot gegil en geloei.
IV
Bas Jan gooide zijn hele hebben en houden in deze zeilboot, zijn lichaam overtuigd dat niets meer was, dan dit vallende sterven. Het enige dat hij nog kon omkeren was zijn maag. En deze blikken vol loeiend kalfsvlees.
Tijdens zijn helderste nachten zag hij walvissen vliegen,
stegen onder de waterspiegel sterren op.
Nu noemt een brochure zijn einde ultiem en subliem. Iets wat hij, platvis op de bodem van de Atlantische oceaan, de Ierse Zee, het Kattegat, of misschien wel van een heel ander soort maag, kan bevestigen
noch ontkennen.
V
Ik laat van alles aan het toeval over. Span mijn lichaam uit in het museumcafé, zwaai één keer met mijn rechterhand en sla daarmee zomaar een naamloze vlieg uit de lucht. Zijn val lijkt perfectie, zijn landing precies
in mijn bier. Met uitgestrekte vleugels is hij even
een wankel vlot op deze koolzuurzee.
Nu is opeens de tl-verlichting aan, wrijf ik in mijn grote ogen, boent de barman ondertussen rare vlekken uit het tafelkleed,
ruikt alles hier naar ontsmettingsmiddel.
Net ging ik nog even volkomen op
in deze schoonheidsstrijd tussen een stervende vlieg en doodslaand bier, terwijl al mijn magen loeiden om een ultiem ad fundum.
Nu betaal ik alweer met gepast geld, wrijf in mijn kleine ogen, vlieg niet, val niet, verslik me niet, keer me om.
Johan Roos
Derde prijs
High Tea
het theeblad rust op tafel
alle stoelen zijn nog onbezet
begin met het gelaat van een vrouw
schrijdt niet voort en schenkt niet in
bestorm de lang verlaten villa
en val op het dakterras uiteen
kijkt ons aan en ziet ons niet
bladblazers jagen op schaduwen
die langs geschonden gevels glijden
fijne gewaden deinzen terug
en zwaaien even hulpeloos
licht dat door wimpers glipt
Sim van den Berg

