1e prijs – categorie jong
1e prijs – categorie jong
Lotte Smits, 14 jaar
Gevangen
Beelden vormden zich op haar netvlies. Beelden van een hels vuur dat alles verslond waarmee het in aanraking kwam. Haar ademhaling maakte een raspend geluid en haar armen maaiden in het rond terwijl ze achteruit werd geduwd door een vriend. Mensen sprongen uit het raam. Het had geen nut. Niemand ontsnapte aan de klauwen des doods. Iemand pakte haar pols vast en de geur van verrotting drong zich in haar neusgaten. Haar polsen begonnen te branden en ze probeerde zich los te trekken.
Een gil verliet haar mond terwijl ze haar ogen opensperde om de oorzaak van de brandende pijn rond haar polsen te vinden. Een paar vreemde witgelige, langgerekte boeien knelden om haar polsen en hielden haar op haar plaats, enkele decimeters verwijderd van de vieze, koude muur. Ze staarde bang naar de boeien, die uit vijf vingerdikke lijnen bestonden. Vier aan de buitenkant van haar pols en eentje aan de binnenkant. Toen ze beter keek zag ze, tot haar grote afschuw, dat het echt vingers waren, botten om precies te zijn.
Ze schreeuwde het uit en probeerde zich los te trekken, wat tevergeefs bleek. De boeien schuurden haar huid open en kleine druppels bloed gleden over haar hand naar beneden, waarna ze op de vloer vielen. Tranen gleden over haar wangen toen ze besefte dat ze haar hadden gevangen. Dit zou haar einde betekenen.
Een gegniffel vanuit de andere kant van de kerker deed haar opschrikken uit haar gedachten. Door de tralies van de deur heen zag ze een jongen staan, hooguit twee jaar ouder dan zij. Zijn linkerhand lag op de muur naast de deur en voor een seconde zag ze hoe hij zijn spieren aanspande. ‘Ligt het aan mij of begint het verzet steeds zwakker te worden?’ raspte hij zelfverzekerd toen hij overtuigd was van haar aandacht. Zijn hese stem echode enkele seconden door de kerker waarna hij wegstierf. Ze zweeg een tijdje terwijl de woorden langzaam tot haar doordrongen. ‘Wat is er? De meester heeft toch alleen je wapens afgepakt, toch niet je tong?’ sneerde hij dit keer geamuseerd. Woede borrelde in haar op en ze sprong overeind. Toen ze een stap naar voren wilden zetten leken de boeien haar terug te trekken waardoor ze met een harde klap de grond raakte. ‘Niet zo snel, lieverd.’ Ze staarde naar hem. Zijn halflange blonde haren vielen voor zijn gezicht waardoor ze zijn ogen niet kon zien. Hij had brede, sterke schouders en een mooie, vierkante kaak die uitliep in een spitse kin. Als hij haar niet zo minzaam behandelde, had ze misschien wel iets in hem gezien.
‘Ik mag misschien geen ogen hebben.’ Vervolgde hij zachtjes. De dreigende ondertoon in zijn stem onderging haar niet. ‘Ik voel elke beweging die je maakt, ik hoor je ademhaling, hartslag, het stromen van je bloed, alles.’ Met zijn rechterhand streek hij zijn haar voor zijn gezicht weg waardoor ze zicht kreeg op de plaats waar bij de meeste normale mensen hun ogen zaten. Bij hem zag je enkel en alleen twee diepliggende holtes waar de huid overheen liep. De oogkassen leken door de huid heen te prikken en ze rilde. ‘Je hart klopt sneller dan enkele seconden geleden.’ Merkte hij met een geamuseerde en iets wat zelfvoldane grijns op. ‘Ben je bang? Schrik ik je misschien af?’
‘Ik schrok alleen.’ Zei ze zachtjes en verbaasd gingen zijn wenkbrauwen omhoog. Het zag er raar uit, een jongen zonder ogen die zijn wenkbrauwen optrok. Een korte stilte volgde.
‘Hoe zie je eruit?’ de dodende stilte en haar gedachtengang werden opnieuw door de jongen verbroken. Hij deed geen enkele poging om zijn nieuwsgierigheid verborgen te houden.
‘Waarom zou jou dat iets uitmaken?’ vroeg ze hees.
‘Waarom niet?’ wierp hij nuchter tegen. Haar tanden doorboorden haar onderlip en ze proefde wat bloed.
‘Denk je echt dat dat helpt?’ snauwde ze hem toe en hij haalde zijn schouders op. De stilte die erop volgde leek nog erger dan de vorige. Dit keer deed zelfs hij geen poging om hem te verbreken en ze liet hem alleen met zijn gedachten, net zoals hij haar alleen met haar gedachten liet.
Langzaam maar zeker viel de avond en ze hield haar adem in.
De jongen zat tegen de muur aan geleund. Zijn haren verborgen de ogen opnieuw. Hij richtte zijn gezicht op, en door zijn lokken heen, zag ze de twee lege holtes. Een spottende glimlach speelde rond zijn lippen. ‘Je denkt toch niet echt dat je hier zo maar wegkomt, of wel?’ Zijn gezicht was in haar richting gedraaid en even dacht ze dat hij haar wel degelijk zag. Peinzend over de reden van deze onverwachte vraag, keek ze hem aan. Beide bleven ze zo zitten, niet wetend wat er zou gebeuren, of wat de dag van morgen zou brengen.
Haar mondhoeken krulden omhoog in een dromerige glimlach. ‘Ach,’ zuchtte ze en ze sloot enkele seconden haar ogen. ‘Wie weet? Hoezo, is dat onmogelijk dan?’ een verontwaardigt gesnuif was het antwoord van de jongen en ze lachte zacht. Ze keek door het kleine raampje en zag de volle maan, omrand door volledige duisternis, met hier en daar een klein lichtpuntje, helder en klein, dat zich verzette tegen de donkere nacht.
‘Dray!’ De jongen draaide zijn hoofd. Een man kwam aanrennen. Zijn ogen vonden die van het meisje dat vreesde voor haar leven.
‘Wat is er?’ vroeg de blonde geïrriteerd. Hij voelde al een tijdje de onrust rond het kasteel door zijn gave en haatte het als mensen hem stoorde tijdens het houden van een wacht.
‘Een enorm leger is op weg naar het kasteel.’ Een pijnlijke stilte volgde na de met angst uitgesproken woorden. ‘De meester wil dat ze onder volledige bewaking staat, in verband met het verzet.’ Ze staarde vol leedvermaak naar de twee mannen en grijnsde zelfvoldaan.
‘Waarom?’ vroeg ze spottend terwijl ze langzaam overeind kwam en haar rug rechtte. ‘Is hij bang voor mij?’
