2e prijs – categorie oud
2e prijs – categorie oud
Sjoerd Postma, 21 jaar
Het verhaal over de baby met de baard
En hoe zijn leven een verrassende wending kreeg
Toen Moeder klaar was met het baren
slaakte Vader een gilletje van schrik
Hij beefde en was amper te bedaren
want wat een vreemd baby’tje was ik!
Moeder keek naar haar bebloede schoot
en aanschouwde mijn zojuist geboren lijf
Ze begon te giechelen en werd vuurrood
maar Vader stond nog steeds stokstijf
Moeder riep: “Wát een knappe jongen!”
doch Vader was nog altijd van de kaart
ik perste een oerschreeuw uit mijn longen
terwijl mijn ouders staarden naar mijn baard
De stroom visite kwam algauw op gang
mannen waren als met een stok geslagen
vrouwen streelden eindeloos mijn wang
iemand wilde mij reeds ten huwelijk vragen
Vader blies luid de bazuin van trots
want zijn zoon was nu al een echte man!
Moeder geloofde weer in de goedheid Gods
want deze jongen verried een Hemels Plan
Ondertussen groeide ik als superkool
mijn baard werd langer met de dag
tijdens de eerste les op de basisschool
voelde de juf vlinders zodra ze me zag
Zo ging het door tot ik zestien was
alle meisjes hielden van mijn haar
ik was altijd de knapste van de klas
En toen was ineens het Noodlot daar
De jongens moesten zich gaan scheren
en betastten hun borsthaar andermaal
het getij begon zich tegen mij te keren
want mijn kaken waren plotsklaps kaal!
De meisjes spotten met mijn gezicht
en zagen eens bedekte puistpatronen
de mannen zagen het als hun plicht
de gevallen adonis weg te honen
Ik besloot voor mijn lot te vechten
Ondanks mijn spiegelgladde gelaat
studeerde ik geschiedenis en rechten
en trouwde toch nog een advocaat
Ik wilde steeds weer verder groeien
als eens mijn baard dat had gedaan
ik ging me veel met politiek bemoeien
later zou ik in de Tweede Kamer staan
Ik werd plots het toonbeeld van fatsoen
de mensen begonnen mijn toet te loven
ik had gedaan wat een Zeeuw moet doen:
ik had geworsteld en kwam nu boven
Ruim zeven jaar stond ik fier op het bordes
als minister-president naast de koningin
misschien komt er ooit nog Balkenende VI
ondanks, of dankzij, mijn onbehaarde kin
