Annabas Smit (19 jaar)
Op blote voeten
Een deel van mij ligt in een hangmat
een ingewikkeld boek te lezen
een ander stuk is niet bijzonder bewust bezig
en beperkt zich tot grassprieten en gedachten
Eenvierde van mij probeert door wolken heen te breken
tweezesde ruikt naar lente regen
drieachtste heeft meer weg van ’s morgens zomersmist
aan de rest is geen touw vast te knopen
In mij zit een kluizenaar
die oude sleutels spaart
maar een hekel heeft aan deuren
Bij voorkeur bewandel ik een heuvel
met een steentje in mijn schoen
Thuis loop ik op blote voeten
Slotsom
Alhoewel mijn vrijheid me lief is
zij wordt niet bemind als zegeviering
immers zij is nooit met strijd verworven
maar mij aangepast als nette zondagsjurk
Ofschoon ik geniet van kalmte en geluk
zij voelt angstig vanzelfsprekend
Hoe weet ik of er geen geluk zit in orkanen
Wie leert mij te gooien met servies
Wat rest een kind van een generatie
waarin iedere religie weloverwogen is uitgenuanceerd
anders dan te gaan geloven
in sokken met mijn naam erop
Wat doe je met een liefde voor het geschrevene
wanneer de wereld chronisch zwanger is
van een volgend technologische ontwikkeling
anders dan te bevallen van je eigen woord.
Zodoende is mijn slotsom
zonder slachtoffers of scherven
gewikkeld in de zorg van een enig gelovige
hier mijn poëzie te baren
Zo’n dag
Vandaag is het zo’n dag
Zo’n dag dat je de mooiste boeken
uit de kast verzamelt en de oude ezelsoren zoekt want
je weet dat daar de mooiste stukken staan geschreven
Vandaag is het zo’n dag
Vandaag is het zo’n dag
Zo’n dag dat koffie nimmer sterk
genoeg is en je theemok te weinig
inhoud heeft om echt gevuld te zijn
Vandaag is het zo’n dag
Vandaag is het zo’n dag
Zo’n dag waarop je kinderfoto’s
kijkt en in het verleden van je ogen
zoekt naar een verborgen toekomst
Vandaag is het zo’n dag
Want vannacht was het zo’n nacht
waarop je je kussen eindeloos
blijft draaien om de natte plekken
niet te voelen en eigenzinnig vol blijft houden dat dit het beste is
Vannacht was het zo’n nacht
Ik neem de plek van maan
Waarom immer die vrouwelijke drang
de essentie van de zon te stelen
als stralend middelpunt
zijn leven om haar heen te draaien
Weten zij dan niet
dat alles wat hen dierbaar bleek
zij mee sleuren in hun ondergang
als ze te moe zijn om te schijnen
Nee, ik neem de plek van maan
gadeslaand niet te verblinden
jouw naakte lijf beschijnen door een zolderraam
want jij zou mijn aarde zijn