Winnaar De Nijmeegse Nieuwe – Categorie Jong

Marietta
Juliette Etty (14 jaar)

Marietta stond op en liep op blote voeten naar het raam. Het was ijskoud en toen ze de lap voor het raam opzij schoof rilde ze onbedaarlijk. Sneeuwvlokken dansten op de kille wind en vielen als een witte deken op de grond. Snel liet ze de doek weer vallen. Vandaag zou het werken aan de tunnel weer moeilijker worden. De rails roestten en daardoor kon de trein maar de halve weg rijden en moest haar vader verder lopen. En hij had al zoveel last van zijn heup. Vorige week was er een groot stuk steen tegenaan gekomen en sindsdien ging het lopen heel moeilijk. Maar hij moest blijven werken, moeder en zij konden het anders niet redden. Om maar niet de denken aan de kleine Luciano. De hele nacht had hij liggen huilen van de buikkrampjes. Moeder wist niet wat het was, alleen dat hij veel pijn had. Rillend van de kou trok Marietta haar grove broek en kiel aan. Hun pastoor had het verboden, maar als ze niet wilde omkomen van de kou moest ze wel. Eenmaal aangekleed deed ze de lap opzij en liep het rokerige woonvertrek in. Haar moeder liep neuriënd rond met Luciano en keek haar waarschuwend aan. Marietta knikte en duwde haar donkere haar weer achter haar oor, het bleef niet zitten, als altijd, en liep naar het vuurt met de ketel erboven. Een bodempje polenta pruttelde erin. Lang niet genoeg om haar schreeuwende maag tevreden te stellen, maar ze moest het ermee doen. Zoals altijd.

Na haar karige ontbijt verliet ze het hutje en trok haar jak strakker om zich heen, maar ze kon haar verkleumde botten niet verwarmen. Het kleine dorp was al half leeg; de tunnelwerkers waren al vertrokken. Ze liepen achter op schema, de tunnel zou niet op tijd afkomen. De trein zou pas later rijden en er zouden enorme schulden ontstaan. Het leven zou nog harder worden. Misschien hadden de boeren op de hellingen toch gelijk, misschien leefden er wezens in de berg die de bouw tegenwerkten. Angstig keek ze omhoog en zuchtte. Donker en dreigend stak het Gotthardmassief af tegen de grauwe lucht. Als de opengesperde muil van een nachtmerriewezen grijnsde hij haar aan. Ergens, diep in die hel werkte haar vader. Opnieuw rilde ze, dit keer niet van de kou. Zelf was ze niet in de tunnel geweest, ze had alleen de vele verhalen gehoord. Dikke lucht, spookachtig gerommel en kleine lichtjes als de ogen van de duivel zelf. Tenminste, dat was wat Rudolph haar had verteld. Rudolph. Ze hadden min of meer iets met elkaar. Hij was twee jaar ouder en een hoofd groter. Hun ouders wisten het niet; ze zouden het niet begrijpen en afkeuren. Het was niet gepast voor een meisje van haar leeftijd om een minnaar te hebben. Voor hun waren ze alleen vrienden.

Toen de zon even later opkwam lichtte de sneeuw op in mooie rode en oranje tinten. Claus, de pastoor, glimlachte. ‘Armeluisgoud’ verklaarde hij. ‘Dat is hoe ze dauw buiten de bergen noemen.’ Marietta glimlachte ook. Het was een prachtig gezicht. Sinds haar tiende volgde ze lessen bij de pastoor. Hij was erg aardig; hij deed het voor niets. Volgens hem was het maar een kleinigheid, hij wilde er niets voor terug. “Als jullie maar wegkomen uit deze hel en het daarbuiten gebruiken” zei hij altijd.

Plotseling rommelde het diep in de bergen. Geschrokken keek Marietta op en staarde angstig naar de stenen. Nog eens. Ze vergat de pastoor en rende naar het dorpje. Anderen waren ook naar buiten gekomen. Iemand sloeg een kruis. ‘Dit gaat fout. Mijn broer zei het al.’ Een ander keek haar kwaad aan. ‘Dat heet de duivel verzoeken mens, de duivel!’

‘En bovendien, de boeren hier zeggen zoveel! Ze beweren dat onze mannen de berggeesten verstoren.’

‘Nou, de duivel heeft er zoiezo mee te maken!’ riep Helena, Marietta’s buurvrouw. ‘Dit is duidelijk zijn spelletje!’ Meer stemmen voegden zich bij de discussie, totdat er opeens “ssshhh” werd geroepen. Ruisend geluid klonk in de verte, gevolgd door geschreeuw. Een ijzige kou die niets met de sneeuw te maken had verspreidde zich door Marietta’s lichaam. Zonder te letten op waarschuwingen rende ze naar de opening van de tunnel. Aangekomen bleef ze verstijfd staan voor een tafereel dat haar haar hele leven zou achtervolgen. Water, golven stoffig water, kwamen als doorzichtige tongen naar buiten gerold. Instinctief deed Marietta een stap naar achteren, maar ze kon haar ogen niet afwenden. Mensen, machines, alles werd meegesleurd. Een aantal mannen probeerden uit de tunnel te ontsnappen, maar slechts een paar haalden de besneeuwde grond. De kreten waren hartverscheurend. Eindelijk kon ze zich afwenden. Moeder, Luciano. Ze rende halsoverkop naar hun hutje, maar ze kwamen haar al tegemoet. Gegil, paniek, gehuil. Alles draaide door elkaar heen. Weer rende Marietta naar de tunnel. Nog steeds golfde water naar buiten, lichamen werden als lappenpoppen meegesleurd. Iedereen liep door elkaar heen, vertrapte de gewonden. Opeens was Rudolph daar. Hij greep haar bij haar arm en het meisje had de kracht niet meer zich te verzetten. ‘Vader?’ fluisterde ze paniekerig. Rudolph schudde zijn hoofd. ‘Ik weet het niet.’ ‘Marietta voelde zich leeg worden en keek hem bang aan. ‘We moeten terug.’ Hij knikte en samen renden ze weer naar de onheilsplek. Mensen zochten naar vrienden, familieleden, maar opeens kon het haar niets meer schelen. Ze zag haar moeder en Luciano bij een lichaam op de grond. Met een kreet rukte ze zich los en vloog naar haar vader. Bloed, zoveel bloed. Haar moeder huilde en Luciano legde zijn kleine handje op zijn vaders levenloze gezicht. Marietta huilde en huilde. Waarom? Waarom moesten er zoveel onschuldige mensen sterven?

Als verdoofd stond ze na een tijdje op. Er waren gewonden te verzorgen en mensen te troosten en lichamen te begraven. Daarna zou het werk weer moeten beginnen en mensen zouden weer hun leven moeten wagen in de vervloekte tunnel. Wanneer zou deze nachtmerrie eindelijk eindigen?

Link delen:
  • Facebook
  • Hyves
  • Twitter
  • LinkedIn
  • NuJIJ
  • Add to favorites