2e prijs De Nijmeegse Nieuwe – Categorie Jong

Met andere ogen
Lisan Gunsing (15 jaar) en Madelief de Graaf (15 jaar)

‘Hee, heb je anders nog zin om langs te komen?’
‘Bedoel je.. nu?!’
‘Ja,..’
‘Uhm, ja, nou…’
‘Nou?’, haar stem klonk ongeduldig. Het zweet brak hem uit. Hij wilde niets liever
dan bij haar zijn. Deze kans kon hij toch niet laten schieten!? Waarom wilde hij
nou niet mee?

De rillingen lopen over zijn rug. Hij staat als versteend op het moment dat klamme handen hem bij zijn hals grijpen. Ruw en hardhandig wordt hij omgedraaid.
‘Zo mannetje’. Het spuug spat in zijn gezicht. ‘Waar dacht jij heen te gaan?!’.

Het leek alsof hij de spetters weer even op zijn gezicht voelde. Elke keer leek het
weer net als toen, net echt. Het bleef hem eeuwig achtervolgen.
‘Nou?!’ klonk het nogmaals aan de andere kant van de lijn.
‘Niets liever dan dat.’
‘Maar?’
‘Ik.’
‘Jij…’
Wat moest hij nu?
‘Ja’, hoe ging hij dit nou weer vragen? ‘Zijn je ouders trouwens thuis vandaag, of
moeten ze werken?’
‘Slappeling. Ik heb je wel door, snel op een ander onderwerp springen zeker!’, haar
stem begon te trillen.
-zucht-
‘Wat loop je nou te zuchten?’
‘Je begrijpt me niet.’
‘Nee, inderdaad. Jij jezelf wel dan?!’
‘Sophie.’
‘Ja?’

Tevergeefs probeert hij zich los te rukken. Maar de handen zijn te sterk.
‘Zo en ook nog brutaal?’
‘Wat moet u van me?!’, het verbaast hem dat er nog geluid uit zijn keel komt..
‘Ik heb u toch zeker niks misdaan?’,
‘Praatjes maken he? Daar houd ik niet van. Ik waarschuw je HOUD JE MOND!, anders zal ik hem snoeren.’
‘LAAT ME VERDOMME LOS!’

Een rilling liep over zijn rug. Hij probeerde de gedachte weg te drukken. Het lukte
hem niet.
‘Ben je er nog?’ Sophies stem.
‘Sophie verdomme! Ik word hier gewoon helemaal ziek van!’
‘Lieverd, gaat het wel met je?’
‘Nee!’
‘Misschien is het beter als je nu op hangt.’
‘Misschien’
‘Je houd wat voor me achter ‘
‘Oké, wacht. Ik kom er zo aan. Is dat goed? Ik zal je alles uitleggen. Alles!’
‘Oké?.. nou ik zie je zo!’
Vliegensvlug gooide hij de telefoon neer en pakte vastberaden zijn tas. Hij stormde de trap af,
‘Maaaaaaam?’
‘Ja lieverd?’
‘Ik ga nog even langs Sophie.’
‘Thomas is verlie-hiefd’ zong Emma er plagerig doorheen.
‘Oké, leuk. Ben je voor het eten thuis?’ Zijn moeder knipoogde.
Verschrikkelijk vond hij het als zijn moeder zo naar hem knipoogde.
‘Altijd.’
‘Veel plezier!’
Hij schopte zijn sloffen uit en trok zijn Nikes aan. Hij zuchtte toen hij naar buiten keek; het weer was plotseling omgeslagen. Hij pakte zijn regenjas van de kapstok, en reed zijn fiets uit de garage. De regen sloeg in zijn gezicht. Geïrriteerd deed hij zijn capuchon nog iets verder over zijn hoofd.
‘Dag!’, riep hij nog, meer naar de lucht dan naar binnen, niemand zou hem toch nog horen.

Naarmate hij dichter bij de plek kwam, vertraagde zijn tempo. Alles leek plotseling
wel weer heel dichtbij. Hij moest een vlaag misselijkheid onderdrukken. Waarom was hij hier ook al weer aan begonnen? Sophie, Sophie, Sophie.
Die vader van Sophie. Waarom was hij nou zo bang voor hem? Alleen omdat hij zo op die man, die man, van jaren geleden had geleken?! Hij kon het gezicht nog zo voor zich halen, precies. Het was een kalende man geweest…

IJzig blauwe ogen, strakke lijnen overal in zijn gezicht, dik, versleten kleren, niet
zo’n type wat je graag tegen zou komen in een stil steegje.

Waarom had hij toen ook alweer zo persé op tijd thuis willen zijn? Hij had willen afsnijden en had de, wat avontuurlijkere, weg gekozen door het steegje. En deze keuze was hem flink betaald gezet. Haastige spoed is zelden goed, galmde het door zijn hoofd. Telkens als hij de vader van Sophie zag kwam alles weer naar boven, alle pijn, angst. Hij kon het gewoon niet. Maar deze keer ging hij het gewoon doen! Hij ging zijn angst onder ogen zien! Voor zichzelf en voor Sophie. Weg moesten zijn angsten! Weg! Weg! Weg!
Op dat moment werd rechts van hem het steegje zichtbaar. De donkere smalle steeg.

Vanuit zijn ooghoeken ziet hij de man aankomen. Uit zijn zak steekt een mes. De rillingen lopen over Thomas’ rug. Hij staat als versteend op het moment dat klamme handen hem bij zijn hals grijpen. Ruw en hardhandig wordt hij omgedraaid. De ogen van de man kijken hem verwoed en agressief aan.
Het is november. Alle bomen hebben hun bladerbos verloren en een kille wind speelt met zijn haar.
‘Zo mannetje.’ Het spuug spat in zijn gezicht. ‘Waar dacht jij heen te gaan?!’
Wat moet deze man van me? Schiet het door zijn hoofd.
Tevergeefs probeert hij zich los te rukken. Maar de handen zijn te sterk.
‘Zo en ook nog brutaal?’
‘Wat moet u van me?!’, het verbaast hem dat hij er nog geluid uit zijn keel komt.
‘Ik heb u toch zeker niks misdaan?’
‘Praatjes maken hè? Daar houd ik niet van. Ik waarschuw je HOUD JE MOND!, anders zal ik hem snoeren.’
‘LAAT ME VERDOMME LOS!’
Langzaam grijpt de man naar zijn mes. Alles lijkt in slow motion te gaan. Vanaf nu weet Thomas dat hij zich gedeisd moet houden. Dan wordt alles zwart.

Later als hij ontwaakt in het ziekenhuis blijkt iemand hen beiden neergeslagen te hebben. Om hun ruzie maar te laten stoppen.
Die iemand heb ik altijd willen spreken. Ik wil nog zoveel meer weten, ik heb er nog zoveel vragen over. Vragen die nooit beantwoord zullen worden. Wie was die man en wat moest hij in godsnaam van mij? Waarom ben ik dan zo bang voor de vader van Sofie? Maar vooral, wat zou Sofie van mijn verhaal vinden? Hoe zou ze reageren?

Maar het werd tijd dat hij dit achter zich zou laten! Vastberaden reed hij door het steegje, HET steegje, op weg naar Sophie.

Link delen:
  • Facebook
  • Hyves
  • Twitter
  • LinkedIn
  • NuJIJ
  • Add to favorites